Ja, u hoort het goed. Nico Rienks, Neêrlands meest gelauwerde roeier aller tijden, een roeicarrière van dik twintig jaar, twee keer goud op de Olympische Spelen, één keer in de dubbeltwee in Seoul in 1988, één keer in de acht in Atlanta in 1996, één maal wereldkampioen en drager van talloos ander eremetaal. Een carrière die in de eerste helft van de jaren tachtig begint en doorloopt tot begin 21ste eeuw. Icoon van het Nederlandse roeien. Die Nico Rienks, dus. Ja. Is homo. Ondanks vrouw en kinderen, eindelijk op tweeënvijftigjarige leeftijd uit de kast. Arie Boomsma, eat you heart out!

Tsja, als je in deze roeiomgeving het lef hebt om een column uit te spreken, dan moet je wel met iets komen, dan moet je fors uitpakken. Anders kun je wel inpakken.

Maar, vraag ik mij af, wat gaat er nu door uw hoofd bij het horen van dit bericht? ‘Altijd al gedacht’? Overheerst de schok? Denkt u: ‘Oh, mijn god, en al die tijd hebben wij er niks van geweten’? Of: ‘Wat triest dat die gast al die jaren met zo’n groot geheim heeft geleefd’? ‘Wat had zijn leven en zijn carrière beter en ontspannener kunnen verlopen.’ Of dacht u: ‘Tuurlijk, dat verklaart dan ook meteen waarom-ie nu overhoop ligt met de roeibond, het is gewoon een valse nicht.’?

Ik zal u uit de droom helpen. Neen, Nico Rienks is niet homoseksueel! Voor zover ik weet, tenminste. Hij is nog steeds gelukkig getrouwd met Harriët en hij heeft twee zoons. Maar stel, stèl dat-ie wel homo zou zijn, dan zouden we met z’n allen – ook in de roeiwereld – toch behoorlijk schrikken.

Maar is de hier geschetste situatie wel zo denkbeeldig? Is het zo moeilijk voorstelbaar dat zoiets zou gebeuren?

Dat zo’n situatie niet helemaal uit de lucht gegrepen is, blijkt uit de coming-out van Ian Thorpe (1982), Thorpedo, het Australische zwemwonder. Hij kwam na een nòg glansrijker sportcarrière dan die van Rienks na 15 jaar ellende, kommer en kwel deze zomer eindelijk uit de kast. Verslaafd aan drank en antidepressiva.

Na 15 lange jaren van ontkennen – naar de buitenwereld toe maar ook naar zijn directe omgeving – maakte hij in juli tegenover interviewer Sir Micheal Parkinson bekend dat hij homo is: ‘I am not straight.’ Bang voor de reacties had Thorpe het nog maar twee weken daarvoor tegen de mensen om hem heen durven vertellen.

Het is nogal kort door de bocht en iets te veel psychologie-van-de-koude-grond om te stellen dat Thorpes verslaving veroorzaakt werd door de oorlog die er in zijn kop woedde over zijn homoseksualiteit. Want ook het feit dat hij publiek bezit was, droeg bij aan zijn depressie.

Op zestienjarige leeftijd al was hem voor het eerst de vraag gesteld of hij homo was. En de vraag bleef in vele interviews gedurende zijn loopbaan terugkomen. Wat doet dat met een jongen van zestien? Vanaf die tijd had hij zijn geaardheid in zich opgesloten uit angst voor negatieve reacties in zijn vaderland. Niet verwonderlijk als je weet dat de conservatieve Australische premier Tony Abbott vorig jaar nog in een interview zei dat hij ‘zich bedreigd voelt’ door homo’s. Later verklaarde Abbott zijn houding door te zeggen dat ‘homoseksualiteit de juiste orde der dingen verstoort.’ Die opmerking maakte het er niet beter op.

Niet verwonderlijk ook als je weet dat Thorpe – ook zonder uit de kast te zijn – op straat voor flikker en nicht werd uitgemaakt. In homofoob Australië moet je dan van verdomd goeden huize komen om als zeventien-, achttien- of negentienjarig zwemidool nation wide toe te geven dat je homo bent.

In het interview voor de Australische zender Channel Ten komt Thorpes levenslange depressiviteit ruimschoots aan bod, maar de zwemmer geeft aan dat zijn homoseksualiteit niet de hoofdreden was voor zijn depressiviteit. ‘I know that it hasn’t helped.’ Een andere reden was dat hij sowieso in een leugen leefde: ‘I was trying to be what I thought was the right athlete by other people’s standards. I wanted to make people, my family, my nation proud of me.’ En daar paste homoseksualiteit overduidelijk niet in. Daarmee kon hij de wereld in zijn ogen niet blij maken.

Je hoeft geen rocket scientist te zijn om te bedenken dat deze jarenlange strijd je leven en je carrière geen goed doet, ook al is dat bij Thorpe aan zijn palmares niet direct te merken, met negen keer wk-goud en vijf maal Olympisch goud, waarover hij zelf zei: ‘Winnen van al die medailles, ik maakte mijn droom waar. Het had de tijd van mijn leven moeten zijn, maar dat was het niet.’

Mark Tuitert (1980), Olympisch schaatskampioen op de 1500 meter in 2010, zei in augustus bij Knevel & Van den Brink naar aanleiding van de verwarde knopen in zijn eigen hoofd: ‘Je kunt zo hard trainen als je wilt, als je niet in balans bent, komen trainingen niet aan. (…) Trainen is je lichaam verrassen en het lichaam laten herstellen. Als het lichaam door andere stressfactoren niet kan herstellen, heb je geen effect, dus dan gebeurt er niks.’ Je seksuele geaardheid verbergen uit angst voor de reacties kunnen we gevoeglijk onder de term ‘stressfactoren’ scharen.

Ian Thorpe hoopt nu dat hij het – door de wereld te vertellen dat hij gay is – voor anderen gemakkelijker maakt hetzelfde te doen. ‘I don’t want young people to feel the same way as I felt.’

Nou kan het in de Nederlandse roeierij voorkomen dat bij de ene studentenroeivereniging met bijna 800 leden de voorzitter zegt geen homo’s in zijn club te kennen en dat bij een andere nog grotere studentenroeivereniging een homoseksuele roeier onder de douche staat te flirten en zijn hetero roeimaatje speels in de billen knijpt. Met wederzijds goedvinden, dàt wel. Ook de voorzitter van de roeibond kent ze, de roeiers die ‘zo’ zijn, ook bij zijn eigen club. Hij heeft er totaal geen moeite mee, meldt hij. Een deel van het bestuur van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond is trouwens zelf gay: hoe ver moet je gaan met je acceptatie?

Het is dan ook niet de mate waarin roeiers – die wèl uit de kast komen – worden geaccepteerd die van belang is. Het is vooral het aantal roeiers dat – misschien op volstrekt onterechte gronden – de kast niet durft te verlaten waarop wij onze aandacht moeten richten. Of zoals Denny Hesp, voorzitter van de Vereniging van Contractspelers VVCS en oud-voetballer bij Ajax en AZ en de man die zich vorig jaar opwierp als vertrouwenspersoon voor profvoetballers die uit de kast willen komen, zegt: ‘De drempel om voor je geaardheid uit te komen ligt niet op het veld (of in ons geval: op het water), maar in je hoofd.’

Vermoedelijk is dat in de roeiwereld heel wat dichter bij de waarheid dan in het voetbal, maar zelfs als er in deze sport ook maar een paar roeiers zijn die vanwege hun homoseksualiteit met een smeulende heidebrand in hun kop rondlopen die voorkomt dat ze daarmee naar buiten komen en die er de oorzaak van is dat ze niet voluit kunnen roeien, moeten wij er alles aan doen om die brand te blussen. Of liever nog: voorkomen dat zo’n brand ontstaat.

Het moet niet kunnen dat een sporter een hele lange sportcarrière lang een gigantisch probleem met zich meezeult waar uiteindelijk niemand anders een probleem van maakt, als ze het eenmaal weten.

Ian Thorpe zegt: ‘Ik heb er een groter punt van gemaakt dan nodig was.’ Nu verklaart hij dat hij er geen moeite meer mee heeft te zeggen dat hij een homoseksuele man is. ´Je kunt opgroeien, je lekker voelen èn homo zijn,’ volgens Thorpe. En zo is het maar net!

En Nico Rienks blijft – hoop ik van ganser harte – gewoon nog heel lang en heel erg gelukkig getrouwd met Harriët.

 

Deze column van Hans Perrée is uitgesproken op het Gay Sportcafé bij Roeicentrum Berlagebrug, dd 31-10-2014

Deel...Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Print this pageShare on LinkedInEmail this to someone